Voor stichtingen en gemeenten

Verantwoorde inzet, zichtbaar in gedrag.

Akadea rapporteert niet op aanwezigheid maar op ontwikkeling in zelfstandig leergedrag: zes gedragingen, bij de start vastgelegd en tijdens het traject opnieuw beoordeeld met dezelfde beschrijvingen.

Het vraagstuk

Middelen zijn te verantwoorden. Ontwikkeling meestal niet.

Aanwezigheid is geen resultaat.

Rapportages tellen doorgaans deelnemers, uren en opkomst. Dat verantwoordt de uitgave, maar het zegt niets over wat er bij de deelnemer is veranderd. En juist dat is waar u op wordt bevraagd.

Cijfers zijn te ruis-gevoelig

Rapportcijfers bewegen door toetsvorm, docentwissel en niveauwijziging. Als enige maat voor een interventie zijn ze te grof.

Meten mag niet duurder zijn

Een los meetinstrument kost tijd van de uitvoerder en levert selectieve invulling op. Wat gemeten wordt, moet uit het werk zelf komen.

Hoe het traject werkt

Van intensief naar afbouw, met een vast eindpunt.

  1. Fase 1 · Intensief

    Structuur aanbrengen

    Wekelijkse begeleiding met een vaste lesopbouw. In deze fase wordt de nulmeting vastgelegd, op basis van geobserveerd gedrag in de les.

  2. Fase 2 · Monitoring

    De deelnemer neemt over

    De deelnemer plant en werkt zelf; de begeleider kijkt mee en corrigeert gericht. Hier valt de tussenmeting, met dezelfde beschrijvingen als bij de start.

  3. Fase 3 · Afbouw

    Contact wordt schaarser

    De contactmomenten worden minder frequent en het traject wordt afgesloten. Afbouw is onderdeel van het ontwerp, niet van opzeggen.

De afbouw zit in het ontwerp, niet in een opzegtermijn: elke fase legt meer bij de deelnemer en minder bij ons. Het is dus geen abonnement. In de bogen hierboven — ons merkteken — valt bij elke fase een steunboog weg, tot alleen die van de deelnemer overeind staat; dat is beeldspraak voor precies dat.

De rapportage

Wat er beweegt, per gedraging, over de hele groep.

Elke deelnemer wordt op zes gedragingen beoordeeld op basis van geobserveerd gedrag in de les. Over de groep laat zich dan per gedraging zien hoe de verdeling verschuift tussen de nulmeting en de tussenmeting. De gedragingen worden apart gerapporteerd; wij vatten ze niet samen in één score, omdat dat verbergt waar het juist níet beweegt.

Verdeling per gedraging · nulmeting en tussenmeting Voorbeeldrapportage · fictieve cijfers, ter illustratie van de vorm

Uit zichzelf beginnen

Nulmeting
Tussenmeting

Doorgaan als het moeilijk wordt

Nulmeting
Tussenmeting

Op het juiste moment gericht hulp vragen

Nulmeting
Tussenmeting

Zelf plannen en overzicht houden

Nulmeting
Tussenmeting

Eigen werk controleren

Nulmeting
Tussenmeting

Weten hoe je met fouten omgaat

Nulmeting
Tussenmeting
  • Met sturing
  • Na een zetje
  • Uit zichzelf
  • Zelf én bijgesteld
Percentages tellen per balk op tot 100. Gedragingen waar weinig beweegt, hier gericht hulp vragen en eigen werk controleren, worden even zichtbaar gerapporteerd als de rest.
Eén deelnemer Illustratief profiel
  • Nulmeting
  • Tussenmeting

Onder de cijfers

De groepscijfers komen uit profielen, niet uit een enquête.

Onder elke staaf hierboven zit een deelnemer met een eigen profiel. De begeleider legt per gedraging vast hoeveel sturing er nog nodig is, aan de hand van vaste gedragsbeschrijvingen. Geen zelfrapportage, geen tevredenheidsvraag.

  • De beoordeling komt uit lesobservatie, planning en nagekeken werk.
  • Begeleiders worden getraind op dezelfde beschrijvingen, zodat de meting niet per persoon verschilt.
  • Wat naar u toe gaat is geanonimiseerd en geaggregeerd; herleidbare gegevens blijven binnen de begeleiding.

Verantwoording

Wat u van ons krijgt bij een evaluatie.

  • Een periodieke rapportage met de verdeling per gedraging, nulmeting tegenover tussenmeting, inclusief de gedragingen waarop weinig beweegt.
  • Deelname en voortgang gescheiden. Aanwezigheid rapporteren wij ook, maar apart, zodat het niet als resultaat kan worden gelezen.
  • Een toelichting in woorden. De begeleider duidt wat er in de groep opviel; cijfers zonder duiding sturen verkeerd.
  • Het meetkader op papier. De zes gedragingen en de vier niveaus staan beschreven, zodat een controleur kan nalezen waarop is beoordeeld.

De eerlijke grens

Wat deze cijfers wél en niet aantonen.

Wel

  • Ontwikkeling in zelfstandig leergedrag, waargenomen en vastgelegd binnen de trajectperiode.
  • Indicatoren van zelfregulatie: plannen, monitoren, gericht hulp vragen, zichzelf corrigeren.
  • Een vast, navolgbaar meetkader dat bij elke deelnemer op dezelfde manier is toegepast.

Niet

  • Geen bewezen, blijvend of gegarandeerd effect, ook niet buiten de trajectperiode.
  • Geen gerandomiseerde effectstudie; er is geen controlegroep en dus geen causale claim.
  • Geen uitspraak over overdracht naar andere vakken of naar een volgende schoolfase.

Een deel van de vooruitgang komt onvermijdelijk uit meer tijd op taak, meer structuur en minder stress, niet uitsluitend uit geïnternaliseerd leergedrag. Wij rapporteren daarom wat wij hebben waargenomen tijdens het traject en zeggen erbij wat die cijfers niet dragen. Dat is bedoeld om een verantwoording houdbaar te maken, ook bij navraag.

Veelgestelde vragen

Wat opdrachtgevers ons vragen.

Hoe verhoudt het meetkader zich tot bestaande verantwoordingskaders?

Ons meetkader vervangt niets. Het levert een gedragscomponent naast de deelnamecijfers die u toch al ontvangt: zes gedragingen, vier niveaus, bij iedere deelnemer op dezelfde manier toegepast. Aanwezigheid rapporteren wij apart, zodat het niet als resultaat kan worden gelezen.

Wat wij rapporteren is waargenomen gedrag binnen de trajectperiode. Het is geen effectstudie en er is geen controlegroep, dus er zit geen causale claim onder.

Wat krijgen we bij een audit?

Het meetkader op papier: de zes gedragingen en de vier niveaus met hun beschrijvingen, zodat een controleur kan nalezen waarop is beoordeeld. Daarnaast de periodieke rapportage met de verdeling per gedraging, nulmeting tegenover tussenmeting, inclusief de gedragingen waarop weinig beweegt.

Bij de cijfers hoort een toelichting in woorden van de begeleider. Cijfers zonder duiding sturen verkeerd, en dat geldt bij een audit net zo goed.

Kennismaking

Begin met een gesprek over de doelgroep.

Wij lichten het meetkader toe, laten een voorbeeldrapportage zien en bespreken welke deelnemers u voor ogen heeft. Daarna weet u of het past bij wat u moet verantwoorden.

Alle getoonde profielen en cijfers op deze site zijn illustratief en geanonimiseerd.